Dit betekent autisme voor mij

Kan ik mijn alcoholverslaving koppelen aan mijn autisme? In zekere zin wel. Drinken was een manier om maar niet teveel te hoeven voelen. Prikkels zoals geluiden en fel licht, maar ook liedjes die dagenlang in mijn hoofd zingen. Emoties waar ik geen weg mee weet, sociale druk en verwachtingen vanuit mijn omgeving. Niet dat die alcohol hielp, maar daar kwam ik pas achter toen ik droog was en zonder constant roesje door het leven ging.


Autisme bij vrouwen is veel minder bekend dan bij mannen of jongens. Bij hen ligt het dichter aan de oppervlakte, waardoor het ook veel meer opvalt. Meiden en vrouwen zijn helden in het camoufleren en hebben zich van jongs af aan sociaal gedrag aangeleerd door heel veel af te kijken bij anderen. Het ziet eruit als natuurlijk gedrag, maar eigenlijk is het gewoon een trucje. 'Als iemand dit doet, wordt er dat van mij verwacht.' 'Als je ergens binnenkomt, gedraag je je op een bepaalde manier.' Woordgebruik, oogcontact maken of je lichaamshouding, het is allemaal aan te leren.


Als kind voelde ik me altijd al anders. Ik had (en heb) een sterk rechtvaardigheidsgevoel, waardoor ik op de basisschool overal iets van zei, wat maar even niet deugde. Daar maakte ik uiteraard geen vrienden mee. Door de jaren heen, maar vooral door schade en schande, heb ik geleerd dat het soms beter is om mijn mond te houden, dat ik niet overal iets mee hoef. Ik had heus wel vriendinnen, maar niet zoveel en miste vaak de aansluiting. In een groep probeerde ik grappig te zijn door het maken van snedige opmerkingen, om mijn sociale ongemak te maskeren en vooral mee te kunnen doen. Ik schreef veel gedichten en verhalen, en verslond boeken om mijn taalhonger mee te voeden.


Toen ik drie jaar geleden de diagnose autisme kreeg (op mijn 41e), was dat een opluchting. Er is dus een naam voor dat anders zijn dan anderen! Het is te verklaren. Die diagnose kwam nadat ik gestopt was met drinken en met behulp van therapie aan mezelf ging werken. Sindsdien is autisme een altijd aanwezig thema in ons gezin geworden, omdat ook twee van onze kinderen later de diagnose hebben gekregen. Enerzijds pittig, anderzijds ook weer niet, omdat we er inmiddels aan gewend zijn en er rekening mee houden. Dat laatste is dan voor de 'niet-auti's' weer een uitdaging.


De voordelen zijn dat ik door mijn eigen behoefte aan rust, structuur en duidelijkheid, dat ook meeneem in het dagelijkse gezinsleven. Iedereen weet waar hij aan toe is en hoe de dag eruit gaat zien. Daarnaast herken ik de grote behoefte aan ontprikkelen. Als Daniël uit school komt, moet hij eerst even bijkomen door een kwartiertje op de iPad een filmpje te kijken, zonder dat er iemand tegen hem praat, anders kan hij stevig door het lint gaan. Ik begrijp het, dat zijn mentale energie op is als hij de hele middag met een vriendje heeft gespeeld. En dat hij een flinke driftbui kan krijgen als er opeens iets anders gaat, is ook niet zo vreemd.


Wat ik zelf heb geleerd over mijn autisme?


  1. Ik hoef niet alles te kunnen wat anderen ook kunnen. Heb ik na een afspraak tijd nodig om bij te komen, dan is dat maar zo. Ook al is het de hele dag.

  2. Ik hoef niet alle sociale processen te snappen. Non-verbale communicatie blijft lastig. Dan maar gewoon vragen wat iemand bedoelt, maar alleen als het echt belangrijk is. Anders lekker laten gaan.

  3. Ik hoef me niet schuldig of minder te voelen als ik anderen hoor praten over vriendinnengroepen, vrouwenweekenden en dat soort dingen. Mis ik het? Soms. Tegelijk weet ik dat ik zulke dingen niet trek en heb ik er eerlijk gezegd ook niet eens zoveel behoefte aan.

  4. Kleuren maken mij rustig. De kleuren van de natuur buiten, maar ook het doorbladeren van het grote 'Flow-book for paperlovers', dat jaarlijks verschijnt. Het zien van de kleuren en de namen die eraan worden gegeven, brengt rust in mijn hoofd en ik kan daar intens van genieten.

  5. Een goede planning helpt mij heel erg. Elke zondag maak ik mijn weekplanning. Meestal lukt lang niet alles wat erop staat, maar het feit dat het op papier staat, inclusief weekmenu, geeft duidelijkheid. Ik hoef alleen maar af te vinken wat ik wél heb gedaan.

  6. Mijn hyperfocus is een voordeel bij het schrijven en interviewen. Ik zuig de woorden van anderen op om ze later met dezelfde intentie weer te kunnen geven. Daarnaast houd ik gewoon enorm veel van taal.

  7. Ik sta liever op een podium dan dat ik naar een koffieafspraak met een kennis ga. Klinkt stom, maar als ik zing of in het openbaar spreek, is er geen constante verbale wisselwerking. Natuurlijk kost het me energie, maar die is minder uitputtend en meer bevredigend dan intensief sociaal contact. Raar, maar waar.

Autisme, het is niet altijd even fijn, maar het is ook een verrijking van mijn leven. Ik kijk met een niet-doorsnee blik naar de wereld en sinds ik dat heb geaccepteerd en niet meer in allerlei hokjes probeer te passen, leer ik wie ik echt ben. Een kostbaar en uniek kind van God.


Reageren? Dat kan ook anoniem!

Meer blogposts uit deze categorie:

Droge Woorden 2020