Ehm...doe voor mij maar iets fris...

Bijgewerkt: mei 22

Zodra je bent gestopt met drinken, loop je tegen lastige momenten aan. Dat zijn niet alleen de tijdstippen waarop je snakt naar een drankje. Daar kom ik in een later berichtje nog wel op terug. Ik heb het nu over de gelegenheden waarop je de vraag krijgt: 'Jij wilt zeker een wijntje...?' Het glas staat al bijna voor je neus.


In het begin schoot ik, als de koffieronde voorbij was, al in de vlekken. Want nu kwam DE VRAAG... De eerste maanden van mij droge leven, wisten nog niet veel mensen van mijn alcoholverslaving af. Logisch dat ze aannamen dat ik, zoals gewoonlijk, wel een glas wijn zou willen. Wat moest ik ze dan vertellen?


Bij de AA leerde ik dat je het beste gewoon de waarheid kunt zeggen. 'Nee, ik wil liever iets anders. Ik drink geen alcohol meer.' Punt. Niet meer en niet minder.


Ik hoef geen verantwoording af te leggen aan anderen voor mijn keuze om geen alcohol meer te drinken.

Die wetenschap heeft mij erg geholpen. Ik voelde me namelijk bijna verplicht een verklaring te geven, waarom ik geen wijntje meer nam. Tot ik erachter kwam dat ik bezig was de reactie voor de ander in te vullen. En dat is niet nodig.


Kreeg ik dan geen vragen? O, zeker wel. 'Jij geen wijn meer? Hoe dat zo?' In zo'n geval zei ik meestal: 'Ik ben gestopt met alcohol. Een bewuste keuze, omdat ik me daar beter bij voel.' Vervolgens begon ik zelf over iets anders of liet ik het onderwerp voorbij gaan.


Dikwijls accepteren mensen dat antwoord klakkeloos. Ze vragen niet door en zoeken er verder niets achter. Aan goede vrienden en naaste familieleden heb ik later wel verteld wat de echte reden is dat ik geen wijntje meer drink. Maar dat doe ik alleen als ik het zelf nodig vind en als het veilig genoeg voelt.


Voor mij is het belangrijk te weten dat ik de keuze heb hoeveel ik wil vertellen. In het begin van mijn herstel deelde ik bijna niets. Niemand zou weten dat ik verslaafd was en hulp had gezocht. Bij de AA ontmoette ik mensen, die net als ik, moeite hadden om open te zijn naar hun omgeving. Ik vond het in die tijd maar vreemd dat vrouwen overal vrijuit over hun probleem vertelden.


Ook nu ik openlijk over mijn verslaving kan praten, ben ik nog steeds selectief in de hoeveelheid informatie, die ik deel. Kennissen, die ik lang niet heb gesproken of nieuwe mensen, die ik ontmoet, zien alleen dat ik kies voor een sapje of een glas water. 'Een wijntje?' 'Nee hoor, dankjewel. Water is prima.' Dat is genoeg.


Ik dank de Here God, die mijn diepste beweegredenen kent, dat Hij er altijd bij is. Ook als ik lastige vragen krijg. Op die momenten bid ik in stilte om wijsheid en om de juiste woorden. Het weten dat God altijd bij mij is, geeft mij rust om deze situaties op een goede manier aan te gaan.




Reageren? Dat kan ook anoniem!

Meer blogposts uit deze categorie:

Droge Woorden 2020