Natuurlijk ben ik niet verslaafd aan alcohol!

Bijgewerkt: mei 22

Stap 1: Ik sta machteloos tegenover alcohol.


Natuurlijk ben ik niet verslaafd aan alcohol. Ik heb het allemaal nog prima in de hand. Ja, ik drink graag een wijntje. Meestal wel meer dan eentje ook. Elke dag. Maar dat maakt mij toch geen alcoholist? Dat daar op een gegeven moment ook nog een wijntje voor de lunch bij komt, is toch niet zo erg?


Maar ja, 's morgens om tien uur al aan de wijn zitten, is toch wel een beetje raar. Of niet? Als ik om me heen kijk naar de moeders bij school, denk ik dat ik de enige ben, die dat doet. Het is maar goed dat ze het niet weten. Dat hoeft ook niet, want ze merken er niets van. Niemand merkt het trouwens. Zelfs mijn man niet. Ik drink nooit zoveel dat ik niet meer na kan denken. Maar dat roesje (dat zalige roesje!) heb ik echt nodig om de dag door te komen.


Daarom kan ik niet wachten om het eerste glas wijn in te schenken, als de kinderen eenmaal naar school zijn. Ik haal de fles van achter uit de voorraadkast, waar ik hem zorgvuldig heb verstopt. Ik omarm hem verwachtingsvol, mijn geheime vriend, die ervoor zorgt dat ik me zoveel beter voel. ('Je afgod. Het is je afgod', fluistert een stemmetje binnenin.) Het openen van de fles is bijna een ritueel. Net als het volschenken van mijn glas. En het nemen van de eerste slok. 'Ja!', roept mijn lichaam, 'eindelijk!'. Ik voel de spanning van me afglijden. Het is alsof er een extra laagje tussen mij en de harde werkelijkheid komt.


Ik zet mijn volle glas in de kast. Want stel je voor dat er plotseling iemand binnenkomt.

Gedurende de dag is de fles nooit ver weg. Zo kan ik steeds een bodempje nemen. Niet als de kinderen thuis zijn tussen de middag. Al kan ik in de keuken heus wel een paar slokjes drinken. En ook niet als manlief thuis komt uit zijn werk. Dan sta ik het avondeten klaar te maken. Met een glas water in de buurt. En zorgvuldig gepoetste tanden voor een frisse adem.


Ik ben toch niet verslaafd? Oké, ik drink dan misschien een beetje veel wijn, maar het helpt me om me goed te voelen. En niemand heeft er last van toch? Het boodschappenbudget slinkt wat sneller dan gemiddeld, maar verder? Ik rijd niet met alcohol op (vreselijk trouwens dat ik op zo'n dag wel heel lang op mijn eerste glas wijn moet wachten), ik zorg goed voor mijn kinderen (ook al zitten ze misschien wel heel lang achter een scherm) en ik heb alles op orde (toch?). Bovendien kan ik ermee stoppen als ik wil.


De maagpijn, die ik steeds vaker heb, neem ik voor lief. Daar zijn tenslotte maagzuurremmers voor uitgevonden. En dat zware gevoel in mijn benen, is gewoon vermoeidheid. Wel jammer dat ik de kilo's omhoog zie gaan. Zou dat met de alcohol te maken hebben?


Weet je wat? Ik drink alleen deze week nog en volgende week stop ik ermee. Dan zul je eens zien hoe snel ik me weer goed voel. Dat laatste glas op zaterdagavond doet wel pijn, maar ach, het moet lukken, toch? Geen wijn meer voor mij. Voorlopig dan.


Hmm...ik mis mijn wijntje op zondagmiddag meer dan ik dacht. Die heerlijke eerste slok. Het gevoel om overal bovenuit getild te worden. Niet toegeven. Niet doen. Een glas water is ook goed. Maar wat duurt de dag lang. Ik voel me duizelig en trillerig. En chagrijnig. Vroeg naar bed dan maar. Om slecht te slapen en nog trilleriger wakker te worden.


Dit wil ik dus niet. Ik voel me verschrikkelijk, en nu moet de dag nog beginnen. Terwijl ik met de kids naar school fiets, kan ik alleen maar denken aan die fles witte wijn, die nog in de garage staat. En eenmaal terug in huis wacht ik geen seconde. Met het glas in mijn hand zak ik op de bank. Opgelucht dat ik mijn vriend nog heb. Ik ruik hem, ik proef hem en ik voel zijn warmte weer. Maar ik ben bang. Zo bang. Want deze vriend heeft mijn leven overgenomen. Alles draait om hem. Ik kan niet meer zonder hem, nog geen dag.


Hij zorgt ervoor dat ik mijn dagen plan rondom mijn drinkmomenten. Dat ik 's avonds nog snel naar de Albert Heijn fiets, omdat het kattenvoer op is (en de wijn bijna). Hij is mijn zorgvuldig bewaarde geheim en de hoge muur tussen God en mij. Die mijn gebeden in de weg staat en de vrede en vreugde wegneemt.


Ben ik dan nu een alcoholist? Nee toch?

Echte alcoholisten, dat zijn toch mensen aan de rand van de samenleving? Eenzaam, vaak onverzorgd en vooral een beetje vreemd. Sneue types, die de hele dag met een fles in hun zak rond lopen. Zo ben ik niet.


'O nee?', sist het stemmetje van binnen. En dat dringt het tot me door: eigenlijk doe ik hetzelfde. Ook ik ben de hele dag met drank bezig. Ik sta machteloos tegenover de alcohol. Ik ben verslaafd. Heer, wat moet ik doen? Ik wil dit niet meer. Help mij om hieruit te komen! Dit is mijn eerste stap.


Wil je mijn hele verhaal lezen? Klik hier.

Herken je dit gevoel of wil je iets delen? Dat kan hier.




Reageren? Dat kan ook anoniem!

Meer blogposts uit deze categorie:

Droge Woorden 2020